dinsdag 8 december 2015
Gebroken pols
Gebroken pols.
In 1950 had mijn vader een nieuwe auto gekocht, de eerste in zijn leven.
Een Renault 4, zo'n keverachtig model. Op zaterdagmorgen (sinterklaasdag) werd hij op de oprit geparkeerd en we moesten hem allemaal bewonderen. Na het middageten zouden we een eerste ritje gaan maken. Hij kreeg hem niet gestart en ik moest hem aanzwengelen. Zo lukte het om de motor aan de praat te krijgen, maar ik had pijn aan mijn pols, want die zwengel sloeg onverwacht hard tegen mijn arm. Zondag de hele dag pijn aan mijn pols, morgen kun je direct naar de dokter, zei mijn moeder. Deze stuurde me door naar het ziekenhuis, want er was verder niets aan mijn arm te zien. Bij binnekomst werd ik opgevangen door een non, soeur Marie, zij regelde toendertijd daar alles. "Maar jongen, weet jij dan niet dat het vandaag een feestdag van de heilige maagd Maria is (Maria's Onbevlekte Ontvangenis), we zijn alleen open voor ernstige gevallen." "Ja, maar zuster ik heb pijn!" "Nou, kom dan maar binnen." Daar maakte ik kennis met de dienstdoende orthopeet, een vriendelijke jonge arts die me op een röntgenapparaat liet zien dat ik een botje in mijn pols had gebroken. Precies vijftien jaar later heeft diezelfde specialist me aan een voet geopereerd. Enkele jaren geleden is hij op hoge leeftijd overleden. Nu werd mijn arm in het gips gespalkt en dat moest zo zes weken blijven zitten. Ik zat nog op school, een LTS die jongens opleidde voor de chemische industrie en leerde met de linkerhand te schrijven, wat ik van mezelf heel knap vond.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten